Het natte Wasven

Boven in de nog kale beuk zit een jonge bosuil zich af te vragen waar
zijn broer en zus gebleven zijn. Ver daaronder kabbelt het water van
het Wasven door greppels en sloten en de Karpendonkse loop naar de
Lorenzvijver. Het wordt het even gestuwd. Water genoeg voor vis, aas
voor de ijsvogel die vast weer komt. Een vlonder als kleine brug en
helder verdwijnt daaronder het natte overschot tussen de geploegde
akker en het snelverkeer.

De hoge heide is nog droog. Het kamp is sompig. Nat tot aan hun enkels
staan mistroostig wat paarden op het voorjaar te wachten. De nieuwe
vijver bij het jonge klimaatbos is barstensvol. Overal hoor ik geluid van water,
het voorjaar is te ruiken, het gras fris groen, hier en daar wat jong blad
en sóms heel even een blauwe lucht.