Op de knieën

Een min of meer toevallig (waarschijnlijk is het zijn vaste ronde) passerende heer op leeftijd (compleet met aangelijnde Keeshond) laat met welgevallen zijn ogen gaan over de klaprozen en de korenbloemen op de bolle akker bij het Wasven. "Echt Tongelre" zegt hij. "Oud Tongelre" vul ik aan. Hij knikt instemmend en vervolgt zijn weg. Zou hij de gebogen ruggen die in de verte nog net boven het koren uitkomen ook gezien hebben, vraag ik me af. Het lijkt wel een schilderij van Jean-Francois Millet, maar dan in het echt. Weken geleden waren het misschien dezelfde ruggen die nu geknield op de grond op dezelfde plek bezig waren om onkruid te "verdelgen". Met de hand. Maar ja, dat "krijg" je als je onkruid wil verwijderen zonder bestrijdingsmiddelen en nijvere handen het werk doen in plaats van chemicaliën. En net als de leliën des velds klagen de pluksters niet. Tenminste niet bij mijn weten.

 

De zeven pluksters op een rijtje ("lijnwieden") haalden de melde weg op de plaats waar klaprozen en korenbloemen moesten gaan gedijen. In al zijn eenvoud een heel kenmerkend beeld voor wat er op het Wasven gebeurt. Van de vele handen die het werk licht maken. Maar: wat heeft dat met het welzijn van de bijen te maken? Alles. Want het zijn deze vele vele handen die er voor zorgen dat het Groendommein het Wasven tot een oase maken voor mens en dier. Dus ook voor de bijen. De vlinders, de hommels de ... Inmiddels staan de papavers dus in volle glorie. En op de rode bloemkelken vinden bijen en hommels elkaar. Gedeelde voorkeur. Beter kan niet.

Jack Verhulst, juli 2020.